Op 11 mei 1940 werd Niek door de Duitse bezetters gevangen genomen en als krijgsgevangene overgebracht naar krijgsgevangenenkamp ‘Westervoort’ bij Arnhem. Door tussenkomst van het Rode Kruis werd de familie in Nederland schriftelijk hiervan in kennis gesteld.
Volgens zijn eigen aantekeningen werd hij op 12 mei 1940 overgebracht naar Arnhem. Op 13 mei 1940 naar een krijgsgevangenenkamp te Soest in Duitsland (tussen Dortmund en Paderborn) en op 20 mei naar “Kamp Neu Brandenburg”, Stalag IIA, eveneens in Duitsland en werd gevangene nummer 30675.
Stalags. Alle krijgsgevangenen werden onder het commando van het Oberkommando van de Deutsche Wehrmacht geplaatst. Het woord Stalag is afkomstig van de uitdrukking ‘Kriegsgefangenen Mannschaftsstammlager’ als militaire afkorting Stalag genoemd. Deze kampen werden door gevangenen begeleid. De gevangenen werden ingezet voor de oorlogsindustrie. Voor de Duitse oorlogsindustrie waren deze gevangen zeer belangrijk. Zieke- en zwakke gevangenen werden in kleinere Stalags geplaatst voor werk in de land- en bosbouw. Briefverkeer liep via de afdeling Postüberwachung der Stalags, waar alle brieven gecensureerd werden voordat deze werden verzonden.
Over de periode van zijn verblijf in Stalag IIA heeft Niek niet veel verteld of willen vertellen. Hieraan had hij slechte herinneringen. Wel vertelde hij dat er in ‘Kamp Neu Brandenburg’ veel ambtenaren gevangen zaten. Hij was nog altijd in het bezit van een door hem -uit een rode baksteen- gekraste asbak met daarin een gegraveerd hakenkruis. Deze asbak had hij in ‘Kamp Neu Brandenburg’ gemaakt en als aandenken mee naar huis genomen. Op het hakenkruis drukte hij zijn sigaretten uit. Op 20 juni 1940 kwam hij weer op vrije voeten. In de periode na zijn krijgsgevangenschap ging Niek over naar de belastingdienst van het Rijk.
Volgende
|